Loading...

Pensionado's onderweg ~ reisverslagen en campinginformatie


2008 Rondreis Zuid-Afrika

Overzicht van de reis

A Worcester
B Bloemfontein
C Springs
D Nelspruit
E Skukuza Kruger National Parc
F Nelspruit
G Alberton
H Pretoria
I Alberton
J Golden Gate Highlands
K Louwsberg
L Durban
M Oost Londen
N Worcester

3 november – aankomst in Zuid Afrika

Maandag 3 november vertrekken we naar Zuid Afrika. Met onze Afrikaanse vrienden Christa en Albrecht Viljoen, die in Worcester (provincie Westkaap) wonen, maken we een rondreis door dit prachtige land, waar we in 1999 ook al eens zijn geweest. Net als toen, houden zij ook nu de details van de reis nog even voor ons geheim. Worcester is een stad met ongeveer 77.000 inwoners, gelegen in de Kleine Karoo, op ongeveer 1 uur rijden ten noord-oosten van Kaapstad. Onze vrienden wonen aan de rand van één van de wijken, met een prachtig uitzicht op de bergen. Worcester is in volume de grootste wijnstreek van Zuid-Afrika en ligt ten oosten van Paarl. Het gebied levert een vijfde van Zuid-Afrika’s totale druivenproductie.

foto's van links naar rechts: de woning van Albrecht en Christa; uitzicht vanuit de voortuin

5 november – begin van de reis – Bloemfontein

Uitgerust van de vliegreis (we hoeven maar 1 uur tijdverschil te overbruggen, in onze zomertijd is er geen tijdverschil) vertrekken we woensdag 5 november in alle vroegte naar Bloemfontein, ca 880 km. rijden. We rijden in een Chico (voor ons begrip: een oud model Volkswagen Golf, die hier nog steeds wordt gebouwd) met bagagewagen. De auto heeft geen ‘aircon’, maar ‘airkom’, zoals Albrecht het noemt: de air komt met geopende ramen naar binnen. Onderweg meten we 37 graden. De route loopt via de N1 door de provincies Westkaap, een puntje Noordkaap en tenslotte (Oranje-) Vrijstaat. Het gebied is een half-woestijn, tamelijk vlak, dun bevolkt en eentonig. Opvallend is dan het gebergte, dat ‘Three Sisters’ wordt genoemd, verwijzend naar de tepelvormige rotsen. Laat in de avond worden we gastvrij ontvangen door Almarie Entius, eigenaresse van het logement Linga Longa, in Bloemfontein.

6 november – naar Springs bij Johannesburg

Linga Longa (Linger Longer) is een ideaal verblijf: rustig gelegen, mooie gastenkamers en een prachtige tuin. Almarie verwent ons met een uitgebreid ontbijt. We kennen haar uit de tijd dat ze bij ons in de straat woonde, waar ze als au-pair werkte. Daar is ze met Gerard, de vader van de kinderen waarvoor ze zorgde getrouwd. Samen kregen ze nog twee kinderen, waarna ze besloten in Zuid Afrika te gaan wonen. Na het afscheid bezoeken we vrienden in Bloemfontein, waarna we naar Springs vertrekken, in de provincie Gauteng, waar we een paar dagen bij familie van onze vrienden zullen logeren. Springs is een voorstad van Johannesburg. Het is erg heet onderweg, we meten 40 graden in de auto, de reisafstand is 500 km.

foto linksboven: gastvrouw Almarie Entius in het midden

7 en 8 november – Springs

We worden hartelijk ontvangen door ‘tannie’ Lenie du Toit, de zus van Albrecht. Haar man, ‘oom’ Pieter, emeritus-predikant van de Nederduits Gereformeerde kerk, is een paar jaar geleden overleden. Hoewel 79 nu, is ze nog steeds jong van hart en geïnteresseerd in de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen van haar land.

Vanuit Zimbabwe zijn hier veel vluchtelingen naartoe gekomen, waaronder een oudere blanke vrouw die met haar man uit hun boerderij is gezet. Zij en haar man wonen nu naast tannie (tante) Lenie. Zij vertelt ons haar schrijnende verhaal. Het is moeilijk te begrijpen dat ze ondanks alles nog zo positief in het leven staat. In een doe-het-zelf winkel raak ik in gesprek met een zwarte Zimbabwaan, ook gevlucht voor de misère in zijn land. Nog vol ongeloof vertelt hij hoe de onteigende boerderijen worden leeggeroofd en ontdaan van alles wat bij verkoop maar een beetje geld opbrengt. Onteigeningen leiden er niet toe, zegt hij, dat de boerenbedrijven door zwarten worden voortgezet, maar deze raken in tegendeel helemaal in verval. Met grote hongersnoden in het land als gevolg. We worden door tannie Lenie elke morgen verwend met een uitgebreid ontbijt op bed en met heerlijk Afrikaanse maaltijden, zoals ‘potjiekos’. We hebben in 1997 ook al bij haar en oom Piet gelogeerd, en bij Daan, Albrechts broer, en zijn vrouw Hettie, die vanuit Alberton op bezoek komen. We worden door iedereen beschouwd als deel van de familie. Zondag vertrekken we aan het begin van de middag naar Nelspruit, provincie Mpumalanga, voor één overnachting in een Formule-1 hotel. Daarna gaan we door naar het Krugerpark.

foto's van links naar rechts: potjiekos; tante Lenie du Toit, zus van Albrecht

9 november – Nelspruit

We herinneren ons Nelspruit als de stad met de prachtig bloeiende jakarandabomen, opvallend door hun blauwe bloesem. Maar nu bloeien ook andere soorten in een overweldigend rood, oranje en geel. Het Formule-1 hotel is helemaal vol geboekt en ook in andere hotels is geen plaats. We bellen om raad met Franie du Toit, die hier in de stad woont, samen met haar man ‘Kraai’. Franie heeft tijdens haar stageperiode in Kaapstad bij Christa en Albrecht gewoond, samen met een vriendin. Nu heeft ze een praktijk aan huis als ergo-therapeute. Kraai werkt als manager op een suikerrietplantage. Ze hebben een fraaie woning in een van de buitenwijken van de stad, en als vanzelfsprekend worden we uitgenodigd bij hen te komen logeren. Onze auto met aanhanger past niet in één van beide garages, maar wordt veilig achter het afsluitbare tuinhek geparkeerd. Drie vervaarlijk uitziende rottweilers houden de wacht. De gastvrijheid van Afrikaners is opvallend, dat bleek ons ook in ’99. De woningen zijn zonder uitzondering ook ingericht op het ontvangen van gasten, die komen ‘kuier’ (logeren), met gastenslaapkamers en –badkamer. Na uren druk gepraat in het Afrikaans, waar wij als Nederlanders af en toe best wat moeite mee hebben, vooral omdat we moe zijn, zoeken we onze slaapplaatsen op.

foto's linksboven: op de foto met Franie; rechtsboveen: het huis van Franie en 'Kraai'; linksonder: Jakarandabomen in bloei

10 tot 12 november – Kruger wildpark

  Na een heerlijk ontbijt en de belofte dat we ook op de terugweg weer een nachtje komen logeren, vertrekken we om 8 uur naar het Krugerpark. Vanaf Nelspruit rijden we over snelweg nr. 4 richting Malelane, waar we het Krugerpark binnengaan. Vandaar gaan we in noordelijke richting naar het Skukuza Restcamp, waar we een mooi en comfortabel verblijf hebben besproken, met uitzicht op de Sabierivier. Nog net voor het regenseizoen is het precies de juiste tijd om het park te bezoeken. De dieren kunnen zich nu nog niet in het gras verbergen, dat in de regentijd tot flinke hoogte zal groeien. Landschappelijk kun je dit deel van het park niet echt fraai noemen. Bomen en struiken zijn ontworteld en beschadigd door het (te) grote aantal olifanten. In het park is de maximumsnelheid 60 km per uur, sneller moet je niet rijden om dieren te kunnen ‘spotten’. We voelen ons een beetje als jagers, die er opuit zijn om de ‘big five’ te scoren. En het gaat er natuurlijk om wie van ons als eerste een bepaald dier heeft gespot.

Het park is gigantisch groot: van noord naar zuid meet het zo’n 300 kilometer (zie plattegrond). Je mag buiten de safe area’s je auto niet verlaten. We letten op de andere bezoekers, en vooral op de safari-jeeps, waarvan de gidsen precies weten waar bepaalde dieren zich ophouden. Onderweg worden die ervaringen aan het open autoraam uitgewisseld.De volgende dag, dinsdag de 11e, vervolgen we onze reis door het Krugerpark. We maken een rondrit en gaan in westelijke richting naar Pretoriuskop en gaan dan weer zuidelijk naar het resort Berg en Dal, waar we weer een prima onderkomen hebben besproken.

  ‘s Avonds gaan we met een jeep op nachtsafari, wat een geweldige ervaring is. We krijgen lampen mee, in het schijnsel waarvan ogen van de dieren als lampjes oplichten. Meteen buiten het kamp is het al raak: daar ligt een geweldige mannetjesleeuw binnen een afstand van 10 meter, die ons kippenvel bezorgt met zijn angstaanjagend gebrul. En we zijn heel vertederd als we een impalababy ontdekken die daar doodstil, maar alert, dicht langs de kant van de weg ligt. Het is volgens onze gids die dag nog geboren. Hij stapt uit om een foto van het kleintje maken, en neemt daarmee een groot veiligheidsrisico. We zien onderweg een neushoorn, olifanten, kameleon, nijlpaard, diverse katachtigen, een nest muishondjes (mongoose), nachtaapje, een arend en veel andere dieren.

De volgende ochtend, woensdag de 12e, vertrekken we op tijd. Het weer is omgeslagen, de regentijd lijkt begonnen. Onderweg zien we een kudde olifanten voor ons de weg oversteken. Maar wanneer blijkt dat we er middenin zijn terecht gekomen, vinden we het tijd worden om te stoppen met filmen en door te rijden. In de middag arriveren we weer in Nelspruit bij Franie en Kraai.

foto's linksboven: ons onderkomen in Skukuza Restcamp; rechtsboven: parkingang bij Malelane; linksmidden: een heel bijzondere caravan; rechtsmidden: ons uitzicht op de Sabierivier; linksonder: kameelpèrd (giraffe); rechtsonder: koedoe

13 en 14 november – Alberton bij Johannesburg

We vertrekken op tijd uit Nelspruit en rijden door de Schoemanskloof via Middelburg en Witbank naar Alberton, nabij Johannesburg. Plaatsnamen en persoonsnamen klinken vaak zo Nederlands. Je ontdekt overal in Zuid Afrika de Nederlandse oorsprong en invloed. Vooral in de Afrikaanse taal zijn veel woorden hetzelfde, maar hebben een andere betekenis. Wij gebruiken het woord ‘vaak’ dikwijls, maar hier betekent het ‘slaap’, ontleend aan hetzelfde sprookje over Klaas Vaak. En een ‘plaats’ is geen stad, maar een boerderij, terwijl een ‘pad’ weg betekent. Het vergt wat aandacht, maar we leren elke dag bij. Aan het einde van de vakantie hebben we de grondbeginselen van de taal al aardig onder de knie. Hettie en Daan Viljoen verwelkomen ons allerhartelijkst. We voelen ons hier meteen thuis. ’s Avonds komen hun zoon en schoondochter Danie en Sandy op bezoek, met Sandy’s moeder. Ze nodigen ons uit voor een concert, morgenavond, van de Namibische zangeres Juanita du Plessis. De zaal zit bomvol en ook de bijzaal, waar de flitsende show op een videoscherm kan worden gevolgd. Vreemd, zij is hier wereldberoemd, maar wij hebben nog nooit van haar gehoord.

foto's linksboven: Alberton; rechtsboven: braai bij Daan en Hettie Viljoen

15 november – Pretoria

Vandaag, zaterdag, is het weer een stralende dag, ideaal voor een bezoek aan Pretoria, waar we het Voortrekkermonument bezoeken. Johannesburg en Pretoria zijn bijna aan elkaar gebouwd, verbonden door grote kantorencomplexen, waar alle Europese multinationals zijn vertegenwoordigd. Het doet allemaal modern en westers aan. Het Voortrekkermonument is helemaal gewijd aan, de naam zegt het al, de geschiedenis van de voortrekkers. Blanke boeren zijn in het midden van de 19e eeuw naar het noorden getrokken om niet onder gezag van de Engelsen te komen. Ze stichtten de eigen republieken Oranje Vrijstaat en Transvaal. Hun geschiedenis maakt op ons een diepe indruk. Daarna gaan we naar de Uniegebouw, dat omzoomd is door een prachtig, terrasvormig aangelegd park. Zuid Afrika kent drie steden als zetel van de Unie: naast Pretoria (regeringszetel) zijn dat Bloemfontein (rechtgevende macht) en Kaapstad (parlement). De vlag op het Uniegebouw hangt halfstok, als eerbetoon aan Miriam Makeba die kort geleden is overleden. Voor we weer naar Alberton teruggaan bezoeken we een park met een ‘wonderboom’, dat is een wilde vijgenboom van omstreeks 1000 jaar oud.

foto's linksboven: Voortrekkersmonument in Pretoria; rechtsboven: ossewagens zijn in een cirkel om het kamp gezet; linksonder: Uniegebouw; rechtsonder: souvenirkraampjes

16 november – Golden Gate Highlands National Park

Om half tien vertrekken we richting Lesotho, een geheel zelfstandig koninkrijkje middenin de republiek Zuid Arfrika, maar we blijven aan de noordzijde ervan, in het Golden Gate Highlands National Park. Van deze reis is dit zo ongeveer het mooiste wat we zullen zien. De reis erheen loopt via Heilbron en Bethlehem. Wat een ongelooflijk mooi landschap: de heuvels gaan over een schitterende rood en oranje gekleurde rotsformaties. We hebben een luxueuze lodge gehuurd in het Highlands Mountain Retreat, gelegen op een hoogte van 2260 meter, waar we één nacht zullen verblijven. Vanaf de veranda hebben we een schitterend uitzicht naar bijna alle windstreken. Grazende kuddes elandantilopen en zebra’s trekken aan ons voorbij, wat een echt heel indrukwekkend tafereel is. Met onze verrekijkers kunnen we de kuddes urenlang volgen. De nacht is inktzwart, met een sterrenhemel die we niet kennen, want dit is het zuidelijk halfrond.

foto's linksboven: bovenaan zie je onze lodge; rechtsonder: uitzicht vanuit onze lodge

17 november – Basotho Cultural Village en KwaZulu-Natal

De ochtendnevel is helemaal opgetrokken als we arriveren in het ‘open luchtmuseum’ Basotho Cultural Village. Hier leren we veel over Lesotho en haar inwoners, de Basotho (spreek uit ‘basoetoe’). Taferelen zoals het verzoek aan het dorpshoofd om het dorp te mogen bezoeken, en ter bezegeling daarvan het drinken van een biertje waar zwarte dingetjes in drijven, en het consulteren van de medicijnman, worden heel geloofwaardig nagespeeld. De nagebouwde kleihutten zijn kunstzinnig gedecoreerd met symmetrische patronen in fraaie primaire kleuren. Onze volgende overnachtingsplaats ligt ergens in KwaZulu-Natal, en is niet vooraf besproken.

Deze Zuluprovincie ademt de sfeer van het oorspronkelijke Afrika. Hier geen moderne aandoende steden, maar verspreid voorkomende bebouwing in traditionele stijl, ronde lemen- of gemetselde hutten met rieten daken en grote moestuinen rondom. We laten ons vertellen dat er relatief weinig misdaad is, omdat de mensen hier zelfvoorzienend zijn en er geen gebrek is aan voedsel. Het land is weids en heuvelachtig, met af en toe prachtige vergezichten. Jammer alleen dat het vanuit landschappelijk oogpunt ‘verrommeld’ is, met die overal aanwezige bebouwing, zonder ruimte te laten voor alleen maar natuur. Maar ja, de mensen moeten leven en wonen en dat doen ze op deze manier. We rijden door tot we een motel vinden bij Louwsberg, met een blank-Afrikaanse eigenaar. Het blijkt een verlopen zootje te zijn, met vieze badkamers en aftands sanitair. Bij aankomst stortregent het plotseling en klinken er zware donderslagen.

foto's linksboven: et dorpshoofd met zijn assistent; rechtsboven: de medicijnman wordt geraadpleegd; linksonder: rijk versierd huis

18 november – Durban

Het reisdoel is Durban en daar stellen we ons heel wat van voor. Want de reis, over de N2, loopt langs de oostkust van Natal, met dichtbij de Indische Oceaan. Het is aanmerkelijk koeler en het regent veel: de regentijd is hier begonnen. Een zuidoostelijke luchtstroming voert vochtige lucht vanaf de oceaan het land binnen. We rijden heel veel over hoogvlakten, waar de zeelucht condenseert en als mist over het land blijft hangen. Jammer, want zo missen we veel landschappelijk schoon. We passeren grote productiebossen, waar de bomen allemaal keurig in het gelid staan. Het hout is bestemd voor de cellulosefabrieken. We zien ook bananenplantages, wat aan het geheel een echt Afrikaans accent geeft. In het dorp eMpangeni vinden we in de plaatselijke supermarkt een pinautomaat. In het algemeen komt het geld in Zuid Afrika even probleemloos uit de muur als bij ons, maar dit keer hapert er wat. Meteen staat er een keurig geklede jongeman klaar om ons te helpen, en daarna nog een en nog een. Gewaarschuwd door Albrecht hebben we eindelijk in de gaten dat het geen zuiver koffie is, dus we grissen onze bankpas uit de vingers van de eerste man en gaan er vandoor. Als we in Durban aankomen regent het volop en blijken de hotels volgeboekt. De naar men zegt prachtige stad is gehuld in dichte regensluiers. In Amanzimtoti, een voorstad, worden we in de voortreffelijke Frangelica Lodge gastvrij ontvangen door Karen, de eigenaresse (?). De auto kan die nacht probleemloos aan de weg blijven staan, want er is constant een nachtwacht aanwezig, tot ons vertrek, de volgende morgen.

foto's links: bewaakte parkeerplaats bij Frangelica Lodge; rechts: typisch landschap in Natal

19 november – Provincie Oostkaap / Transkei

  Na een heerlijk ontbijt en een ‘drukkie’ (knuffel) van Karen als afscheid, vertrekken we om 9.00 uur. We gaan eerst nog even naar het strand, want er zullen nog veel vakanties voorbij gaan, voordat we de Indische Oceaan weer kunnen zien. Daarna vervolgen we onze reis via de N2 richting Oost Londen, in de Oostkaap. Als we KwaZulu-Natal uitrijden, komen we in Transkei, een overwegend zwart woongebied. Het is er vrij heuvelachtig, groen en relatief dicht bevolkt. De dorpen zien er nogal chaotisch, rommelig en slecht onderhouden uit. Er is altijd wel een markt, waar met veel lawaai, getoeter en geschreeuw, handel wordt gedreven. Allemaal heel anders dan in het meer geciviliseerde leven in de Westkaap. Maar goed, deze provincie heeft zo zijn historie als thuisland van de gekleurde Afrikaan.

 

Omdat we geen geschikt onderkomen vinden voor de nacht, rijden we door tot 30 km. boven Oost Londen. Het is inmiddels helemaal donker. Een heel eind van de doorgaande weg, midden in de bush, vinden we Country Lodge De Kraal. We worden ontvangen door Peter, de eigenaar, die ons meteen uitnodigt voor een avond-safari. We zijn daarvoor eigenlijk te moe, maar zijn wel in voor een beetje spanning. Peter vertelt ons dat er ergens in de bush een luipaardvrouwtje is met twee jongen, waarnaar we op zoek gaan. Staande in de laadbak van zijn terreinwagen en gewapend met lantaarns, speuren we al rijdend om ons heen. We zijn hier echt in ‘the middle of nowhere’. Het terrein is ruig en we moeten ons goed vasthouden en voortdurend laaghangende takken ontwijken. Na een tijdje zegt hij dat we moeten uitstappen om achter elkaar aan lopend verder te gaan, in de donkere nacht. De eerste en laatste in de rij hebben een lantaarn, zodat eventuele roofdieren ons beschouwen als één lang gevormd wezen. We hebben geen luipaard gezien en zij ons gelukkig ook niet. Wel een miereneter, die hier zelden voorkomt en twee uilen.

foto's linksboven: bloeiende Jakaranda in Transkei; linksmidden: Country Lodge De Kraal; rechtsmidden: lodges in Afrikaanse stijl; linksonder: de toegangsweg is een echte uitdaging, vooral in het donker

20 november – terug naar Worcester

Ook het laatste deel van de reis volgen we de N2. Via East London, Grahamstown, Port Elizabeth, waar de tuinroute begint – en daar stellen we ons veel van voor – Knysna, Mossel Bay en Heidelberg, waar we de N2 bij Swellendam verlaten, komen we eindelijk om 22.00 uur aan in Worcester. Al het moois, dat we hopen te zien, valt helaas letterlijk in het water. Het is aanhoudend regenachtig, waardoor het zicht beperkt is, en het landschap wat naargeestig aandoet. Zodoende bevat dit bericht geen foto’s, want een regendag hier lijkt op een regendag in Nederland. We besluiten in één ruk door te rijden naar huis, met alleen een onderbreking in Humansdorp voor een hapje eten. Het valt ons steeds weer op dat het leven hier, voor ons Europeanen met de sterke Euro, erg goedkoop is. Een flinke maaltijd in een fastfood restaurant kost voor ons vieren zo rond de € 15,-, inclusief frisdrank. Het laatste uur van de reis rijden we in het duister: het is hier om 21.00 uur al donker. Zuid Afrika kent geen zomertijd, zodat er één uur tijdverschil is met Nederland. Als de rondreis erop zit, blijkt dat we bijna 6.300 km. hebben gereden. Moe, maar voldaan, gaan we naar bed. We hebben het gevoel weer thuis te zijn.

21 november – een zonovergoten dag in Worcester

Wat doe je als je na een reis weer thuis bent? Wassen, boodschappen doen en wat aanrommelen. Vandaag zien we weer een strakblauwe hemel en het wordt 33 graden. Dat voelt niet heet aan, want de luchtvochtigheid is laag: het is heerlijk weer. Onderweg hadden we al gehoord dat deze streek geteisterd is door zware regenval, met flinke overstromingen tot gevolg. Het heeft tot enorm veel economische schade geleid, waarbij wegen en grote delen van plantages zijn weggespoeld. Helaas zijn daarbij ook mensen omgekomen.

foto's linksboven: we hebben het warm, de kerstman ook!; rechtsboven: gebouwen van het golfresort in Kaaps-Hollandse stijl; linksonder: weggespoeld door de regen

22 november – Paarl, Franschhoek, Stellenbosch

Deze streek is bekend om zijn wijnbouw, zowel in kwalitatief opzicht als vanwege de enorme uitgestrektheid van de druivenakkers. Anders dan in Frankrijk worden de trossen uit de zon gehouden, door het gebladerte daaroverheen te laten groeien: de vruchten zouden anders verbranden. In Paarl staat een destilleerderij waar een heerlijke brandy wordt gestookt, zoals cognac hier wordt genoemd. We bezoeken de destilleerderij van de KWV (Koöperatieve Wijnbouwers Vereniging), die ook in Worcester is gevestigd. We krijgen een rondleiding, waarbij het hele proces van druivensap tot brandy wordt uitgelegd. In één van de hallen liggen grote houten vaten, versierd met kunstig houtsnijwerk, met taferelen uit de tijd van de VOC. Ter afsluiting van ons bezoek is er een proeverij. Een beetje aangeschoten rijden we door het prachtige stadje, waarna we richting Franschhoek gaan. Namen van straten en wijnestates herinneren aan de tijd dat Franse Hugenoten zich hier in 1688 en daarna hebben gevestigd, om aan vervolgingen in eigen land te ontkomen. Een bezoek aan het Hugenotenmonument, met het prachtige park eromheen, was de moeite waard. Daarna gaan we door naar Stellenbosch. We zijn er te kort om deze stad en omgeving goed te bekijken. Opvallend zijn de oude huizen in Kaap-Hollandse architectuur. We rijden terug naar huis via de Du Toitskloofpas.

foto's linksboven: wijnopslag bij de KWV, let op het VOC embleem; rechtsboven: ingang Hugenoten monument; linksonder: park bij het Hugenotenmonument

23 november – Kaapstad: Tafelberg en Victoria and Albert Waterfront

We verheugen ons op ons uitstapje van vandaag. We rijden alweer via de Du Toitskloofpas, een prachtige route, die nooit verveelt, naar Kaapstad. Op het hoogste punt van de pas aangekomen heb je een geweldig uitzicht over de Breede Rivier Vallei en kun je de Tafelberg in de verte zien. Kaapstad is de oudste stad van Zuid Afrika. Het schijnt ook één van de steden te zijn met het hoogste misdaadcijfer, maar wij merken daar gelukkig niets van. Je rijdt er echt een wereldstad binnen: moderne hoge kantoorgebouwen, scheepswerven en straten met huizen in Victoriaanse stijl. De Tafelberg is een enorme toeristische trekpleister, als we daar aankomen staat er al een lange rij voor de kassa’s, maar de wachttijd valt mee. De gondel van de bergbaan draait langzaam rond, zodat iedereen aan zijn trekken komt wat het uitzicht betreft. Op de berg zijn allerlei voorzieningen voor de verwende toerist, maar je kunt ook de rust kiezen van een flinke rondwandeling. Het uitzicht is prachtig. We zien het Kasteel de Goede Hoop, dat vreemd genoeg, nu al een hele tijd gesloten is, maar ook het voetbalstadion in aanbouw voor het WK 2010. Het Waterfront is ook een absolute must: een groot winkel- en vermaakscentrum, waar altijd van alles te beleven is. Je kunt er zomaar een dag doorbrengen, maar wij doen dat niet, want we gaan op bezoek bij Christa’s broer Piet, zijn vrouw Suzette en hun dochter Elizna. Zij wonen in Bellville, een voorstad van Kaapstad. De ontvangst is allerhartelijkst, zoals we inmiddels van onze vrienden gewend zijn. Na heerlijk te hebben gegeten en bijgepraat gaan we weer naar huis.

foto's linksboven: op de Tafelberg; rechtsboven: uitzicht op Kaapstad; linksonder: Victoria & Alfred Waterfront

24 november – Breede Rivier Vallei en Hexriviervallei

Goed, een uitgebreid bezoek aan de Tuinroute is dan wel letterlijk in het water gevallen, maar de omgeving waar we nu zijn is in één woord onvergetelijk. We bezoeken het stadje De Doorns, waar Albrecht geboren is, via de Brederiviervallei en Hexriviervallei. Nu zien we ook goed hoe verwoestend de overstroming onlangs is geweest, we moeten vaak omrijden omdat delen van de wegen gewoon verdwenen zijn. Het land is afwisselend berg- en heuvelachtig, met uitgestrekte druivenplantages, zover het oog reikt. Met daar middenin de prachtige, rijke witte boerderijen, vaak nog in Kaap-Hollandse stijl. De erbarmelijke armoede van de “plakkerskampen”, zoals die hier worden genoemd, steekt daar schril tegen af. Het is heel erg dubbel, allemaal.

25 november – Kaap De Goede Hoop

Wat een mooie naam: Kaap De Goede Hoop. Het voert je in gedachten terug naar de tijd dat de eerste Hollanders hier voet aan wal zetten, vol hooggespannen verwachtingen. Dergelijke betekenisvolle namen zie je veel in dit land. We gaan naar het uiterste punt van het schiereiland: Cape Point. Het is weer een warme dag, met een strakblauwe hemel. We volgen de M4, langs de oostkust, via Muizenberg en de plaatsen daarna, die we allemaal wel beter zouden willen bekijken. Maar je vergist je gauw in de afstanden hier, het land is zo groot en onze wegenkaarten op maar zo kleine schaal. In Simons Town is een marinehaven. We rijden er pardoes het kazerneterrein op, wat niet de bedoeling is. Vlak voor de kust zien we zeehonden, luierend op de rotsen. Wie voor een bezoek naar het zuiden van dit land gaat, moet zich niet teveel focussen op de Wijnroute. Want dit schiereiland is werkelijk prachtig: bergachtig in het begin, en vlakker naarmate je zuidelijker komt. Op de uiterste zuidpunt ga je met een trammetje, “De Vlieëende Hollander”, omhoog, waar je naar alle kanten een schitterend uitzicht hebt over de Atlantische Oceaan. De terugweg gaat over de M65 naar Kommetjie, vanwaar we naar Chapmans Peak willen. Maar de weg erheen is afgesloten, doordat er ruim een jaar geleden een steenlawine heeft plaatsgevonden, waar nog steeds niets aan is gedaan. Daarom kiezen we de Oude Kaapseweg, ook zeer de moeite waard. Het was weer een prachtige dag.

foto's linksboven: Muizenberg; rechtsboven: Cape Point; linksonder: Atlantische kust

26 november – Montagu en Kaap L’Agulhas

Christa en Albrecht hebben een verrassing voor ons in petto, iets heel bijzonders. We vertrekken voor ons doen op tijd: 8.00 uur, maar onze vrienden hebben er dan al een paar uur opzitten. Ze staan altijd vroeg op en gaan ook weer vroeg naar bed, meestal op een tijdstip dat het voor ons nog te vroeg is voor een glaasje. We rijden via de R60 via Robertsen naar de Protea Farm in Montagu. Sinds 1985 worden daar vanaf de boerderij tractortrips georganiseerd, de bergen op (en af natuurlijk). Wij zitten op een grote aanhanger, die door een flinke tractor wordt getrokken. Onderweg genieten we van adembenemende vergezichten over de Breede Rivier Vallei en griezelen we, als de boer soms erg dicht langs de afgrond rijdt. Af en toe wordt er even gestopt voor een fotomoment en wordt ons een verfrissing aangeboden. Bovenaan gekomen pauzeren we bij een cottage, waar wat wordt gegeten en gedronken. Weer beneden gearriveerd staat Potjie-Kos al voor ons klaar, met o.a. schapenvlees, gebraden boven een houtvuur. Voor deze flinke maaltijd betalen we, voor 4 personen, 320 Rand (dat is nog geen € 28,-)! Deze attractie was een geweldige ervaring, die wij iedereen kunnen aanraden.

Maar de dag is nog niet voorbij. We rijden nu over de R317 in zuidelijke richting. Het einddoel is Kaap Agulhas, het meest zuidelijk gelegen punt van dit continent, waar de Indische- en Atlantische Oceaan samenkomen. Verder naar het zuiden wordt het land steeds vlakker, verdwijnt de zon en daalt de temperatuur. Het is bepaald koud en er staat een behoorlijke wind, wanneer we op onze bestemming aankomen. Wat ons opvalt is dat de woningen in deze dorpen niet zijn beveiligd met hekwerken, iets dat we inmiddels als normaal zijn gaan beschouwen. Na deze dag vol indrukken duurt de terugreis wel erg lang, nog zo’n 200 km. tot Worcester.

onderste foto's links: het zuidelijkste punt van Afrika. Verder naar beneden is er alleen nog de Zuidpool; rechts: maar hier is het ook al koud!

27 november – familiebezoek in Riebeek-Kasteel

  De laatste dagen van ons verblijf bezoeken we familie van Christa. We gaan vandaag naar haar zus Johanna, die is getrouwd met Gerrit Le Roux, een echte boer, eigenaar van een grote ‘plaas’ (boerderij), met zo’n 120 arbeiders in dienst. Johanna is een lieve vrouw, met het hart op de goede plaats. Ze is nog geen 70, maar het zware, harde boerenleven is haar aan te zien. In de afgelopen dagen zijn er veel van de messing sproeikoppen gestolen, waarmee de wijnranken vrijwel onafgebroken worden bevloeid. Als de koppen niet meteen door nieuwe worden vervangen, leidt dat tot ernstige schade aan de gewassen. Ze weet dat de eigen arbeiders die dingen stelen, maar kan dit niet bewijzen, en ze kan er niets tegen doen. Ze begrijpt de mensen wel. Er is grote armoede, maar niet omdat het salaris onvoldoende is. Veel huisvaders en –moeders zijn verslaafd aan drank en drugs, waarvan de kinderen de dupe zijn. In het oude systeem werd het salaris voornamelijk in natura uitbetaald: in voedsel, kleding, huisvesting en medische verzorging. De boerin kon er dan op toezien dat er goed voor de kinderen werd gezorgd. Bij de uitbetaling in geld, wat ook in onze opvattingen rechtvaardiger is, moet je maar afwachten of de ouders hun verantwoordelijkheid nemen. Dat blijkt vaak niet het geval te zijn. Wij vragen ons vaak af of het ooit goed komt met dit land.

foto's: prachtige bloemen. Linksboven de Protea, de nationale bloem

28 november – Rondlummelen

Het is vandaag een boodschappendag. We gaan nog een keer naar de mall en naar het centrum van Worcester, waar wat souvenirs worden gekocht. Zondagavond gaan we weer naar huis. We hebben er zin in, maar zullen dit klimaat gaan missen, met elke dag fraai zomerweer. Vreemd eigenlijk, dat we over een paar dagen Sinterklaas vieren en daarna Kerst.

foto's: Worcester

29 november – Koue Bokkeveld

Het Koue Bokkeveld is een gebied ten noorden van de Gydo Pas, nabij Ceres op een hoogte van ongeveer 1000 meter. Als we over de pas rijden zien we dat op regelmatige afstanden stalen vaten in de goten langs de weg liggen. Dit is een veiligheidsmaatregel omdat de gietijzeren putdeksels zijn gestolen. In deze vallei wordt een breed scala aan fruit geteeld. Het is niet alleen bekend om zijn rode appels, maar ook om zijn peren, perziken, abrikozen, aardappelen, uien en tarwe. Johanna’s dochter Rosán woont hier, met haar gezin. Echtgenoot Kobus is boer en verbouwt aardappelen en uien en hij houdt schapen. Bij ons vorige bezoek, negen jaar geleden, verbouwde hij perziken, maar daarvoor is dit gebied eigenlijk te koud, zegt hij. Het nadeel van de perzikenteelt is bovendien dat het te arbeidsintensief is, en arbeiders zijn er te weinig. Dat vinden we vreemd, in dit land dat kampt met grote werkeloosheid. Hij kreeg van de lokale overheid aanvankelijk geen vergunning om mensen uit Lesotho te halen, uit het buitenland nota bene, gastarbeiders dus! Daar is de arbeidsethos anders dan in deze regio. Hij kreeg pas vergunning toen uiteindelijk bleek dat ook de autoriteiten hem niet van gemotiveerde arbeiders konden voorzien. Net als de vorige keer laat Kobus ons zijn landerijen zien en vertelt enthousiast over zijn bedrijf en plannen.

foto's linksboven: Kobus geeft uitleg; rechtsboven: personenvervoer in het ‘bakkie’; linksonder: verblijf voor de arbeiders

30 november – dag van vertrek

Vanavond laat worden we naar het vliegveld gebracht. Vanmorgen gaan we met Christa en Albrecht mee naar de kerk. Voorafgaande aan de dienst worden er Kerstliederen gezongen. Buiten schijnt de zon en is het 30 graden. De natuur staat hier in volle bloei. Bij ons spreken we van de ‘donkere dagen voor Kerst’, en droomt Bing Crosby van een “white Christmas”, hier zingen we van het “zomerfeest” en bezingen we het land onder het Zuiderkruis. Het is al donker als we naar Kaapstad rijden, opnieuw over de Du Toitskloofpas. De wegen zijn hier prima, het laatste stuk vóór we bij het vliegveld zijn is vier-baans. Plotseling steekt er een man de weg over, vlak voor onze auto. Het gaat nog net goed, maar we zijn flink geschrokken. Het is niet de eerste keer dat we dit meemaken. Je moet als Europeaan goed op dit soort incidenten bedacht zijn. Bij het inchecken blijkt de bagage 4 kg. te zwaar te zijn, dus betalen we omgerekend 4x € 30,- bij. Daar gaat ons voordeel van de voor ons heel goedkope, maar superieure brandy. Het waren maar 4 flessen, die niet meer in de handbagage passen. Enigszins geëmotioneerd nemen we afscheid van onze vrienden. Ze hebben ons een geweldige tijd bezorgd. Bedankt, Christa en Albrecht en alle familie en vrienden. ‘Ons is baie lief vir julle’.