Loading...

Pensionado's onderweg ~ reisverslagen en campinginformatie


2010 Najaar in de Provence

Dinsdag 31 augustus – vertrek

Na de overvloedige regen van de laatste dagen ziet het er vanmorgen weer heel vrolijk en zonnig uit. Het is maar goed dat we gisteren niet zijn vertrokken, want op de camping in Bacharach, waar we om kwart voor drie aankomen, was het één grote modderpoel, zoals we nu nog kunnen zien. Er was vrij weinig verkeer onderweg. We zijn eerst naar de dealer zijn geweest om onze caravanbanden op spanning te laten brengen, en vandaar via de A12 richting Arnhem gereden, waarna we de A50 volgden naar Venlo. Vandaar reden we Duitsland in. Dit is een heel wat mooiere route dan via Oberhausen en Keulen, dus door het Rurgebied.

Je gaat niet naar Camping Sonnenstrand om er van je rust te genieten. We staan pal aan de Rijnoever met veel scheepvaartverkeer. En dat trekt ons nu zo. Maar achter ons loopt een spoorlijn en ook aan de overzijde van de Rijn komen veel treinen voorbij. Dus voor tentkampeerders is dit geen aanrader. We eten in het campingrestaurant een heerlijke Zigeunerschnitzel, met een lekkere salade (voor mij zonder komkommer natuurlijk). En dat alles voor maar € 9,50, exclusief een niet al te droge, maar lekkere witte wijn. De fietsen staan inmiddels gebruiksklaar bij de caravan. Die gaan we morgen eens intensief gebruiken.

Woensdag 1 september – Bacharach en Oberwesel

Bacharach is een schattig klein stadje met nauwelijks 2000 inwoners. Het is o.a. bekend om zijn fraaie vakwerkhuizen. De stad is in oude tijden helemaal ommuurd. Langs die muur is een wandelroute uitgezet en om die te volbrengen moet je vaak flink klimmen, omdat het rondom de stad tegen de berg is gelegen. We volgen het gedeelte naar de oude burcht Stahleck, helemaal bovenaan de berg, dat nu in gebruik is als jeugdherberg. Op weg daarheen passeer je de ruïnes van de gotische St. Werner-Kapel, dat nu als herinneringsmonument dient ter nagedachtenis aan de jodenvervolging. Vlak langs de stadsmuur aan de Rijnzijde loopt een drukke spoorlijn. De muurwoningen zijn aan de achterzijde toegankelijk via een galerij, die bijna vlak langs de spoorlijn is gelegen. De bewoners moeten zich elke avond tegen bedtijd waarschijnlijk helemaal laten vollopen met drank om door de herrie heen te kunnen slapen.

‘s Middags fietsen we naar Oberwesel. Net even buiten Bacharach zien we midden in de Rijn de sprookjesachtige burcht van Kaub, één van de bekendste en meest gefotografeerde burchten. Het is een zgn. Zollburg, dus niet zozeer gebouwd als verdedigingswerk, maar meer uit economische motieven. Oberwesel heeft niet de charme van Bacharach, maar kent ook zijn slot, gotische kerk en vakwerkhuizen.

foto's linksboven: hoofdstraat van Bacharach; rechtsboven: galerij nabij de spoorbaan; linksonder: vakwerkhuizen in Oberwesel; rechtsonder: de tolburcht Pfalzgrafenstein bij Kaub

Donderdag 2 september – Bad Herrenalb

We vertrekken om 10.15 uur uit Bacharach en komen rond twee uur aan bij Camping Jungbrunnenin Bad Herrenalb. We arriveren te vroeg, want het is tot 15.00 uur ‘Ruhezeit’ en dat is heilig hier in Duitsland en al helemaal in een Kurort. Bovendien moet de campingbaas er even tussenuit, zodat we tot 16.00 uur buiten de poort moeten wachten. Maar bij wijze van uitzondering mogen we toch meteen de camping op. We zoeken een mooie plek uit. De zon schijnt en we luieren eerst nog een poosje, voordat we onze vrienden Albrecht en Marijke bezoeken in hun nieuwe woning. We worden hartelijk ontvangen met Kaffee und Kuchen en zijn al verzadigd nog vóór het avondeten begint. Na het avondeten gaan we terug naar de camping, want we moeten nog inchecken en uitbuiken.

Vrijdag 3 september – rondje Zwarte Woud

Vandaag weer naar onze vrienden, die, na de gebruikelijke Kaffee und Kuchen, met ons een heerlijke  wandeling maken door de bossen. Thuis dronken we eerst Kaffee en aten Kuchen, waarna zij ons meenamen voor een autorit door het noordelijk deel van het Zwarte Woud. We reden eerst naar Zavelstein, waar we Burgruïne Zavelstein bekeken. Zavelstein is het kleinste stadje van Württemberg en volgens de bewoners ook het mooiste. Het ziet er heel leuk en fleurig uit met een enorme bloemenpracht. Daarna stopten we in Bad Teinach, voor Kaffee und Kuchen op het terras van het wellnesshotel. Een trio speelde dansmuziek en de voornamelijk oudere bezoekers dansten stijlvol en elegant, precies zoals ze dat 60 jaar gelden hebben geleerd. Vervolgens hielden we ons op in Calw, de regiohoofdstad. Er was juist een gezellige rommelmarkt gaande, waar we ons een poosje uitstekend vermaakten. Omdat we zo langzamerhand trek kregen zijn we weer naar Bad Herrenalb gereden, waar men ons in een plaatselijk restaurant een voortreffelijk Seehecht (visgerecht) serveerde. Moe maar voldaan gingen we weer naar de camping, waar bleek dat de caravandeur in de tussentijd aanmerkelijk smaller was geworden. We zullen heel wat kilometers moeten fietsen om dat weer goed te maken. De omgeving is een aanrader en een volgende bezoek zeker waard.

foto's links: idyllisch en kleurrijk Zavelstein; rechts: zicht op Zavelstein vanuit Burgruïne

Zaterdag 4 september – Ribeauvillé, ‘Pfifferdaj’

Op deze mooie zonnige ochtend verlaten we de camping in Bad Herrenalb tegen half elf. Per slot van rekening hoeven we maar 153 km. te rijden. Op de A5, tussen Rastatt en Baden Baden is er een file, wat tot aanzienlijke vertraging leidt. We komen even voor tweeën aan bij Camping Municipal ‘Pierre de Coubertin, in Ribeauvillé. Er zijn nog maar een paar plaatsen beschikbaar en daaruit maken we de beste keuze. De drukte op de camping wordt veroorzaakt door hét feest in de stad: ‘Pfifferdaj’, ook wel: Fête des Ménétriers, het feest van de stadsmuzikanten Vanavond is er een fakkeloptocht, met muziekkorpsen, waarbij de muziekanten zijn getooid in middeleeuwse kledij, evenals de vaandeldrager, marktkooplui, burgers en buitenlui. Eén van de korpsen verblijft op de camping en vertrekt in stijl naar de stad. Wij fietsen er ook heen en genieten van de optocht in het toepasselijke decor van het middeleeuws aandoende stadje Ribeauvillé. Een goed begin van ons verblijf hier.

foto: “We komen vannacht om twaalf uur weer terug hoor!”

Zondag 5 september – fietsen door de wijnvelden

Ook vandaag wordt het weer een mooie zonnige dag. We rijden door de wijnvelden, over goed bewegwijzerde fietspaden. Uit de 24 versnellingen van onze nieuwe fietsen weten we er altijd wel één te vinden waarmee je de heuvels op kunt komen. Fietsen door dit mooie gebied is wel wat anders dan er met de auto doorheen te gaan. We komen in het naburige stadje Bergheim. Het is klein maar fijn. We komen via de eeuwenoude toegangspoort in het centrum terecht, waar het heel rustig is. De huizen zijn versierd met veel en veelkleurige bloemen. De tijd heeft hier stilgestaan. De streek is ook bekend om haar ooievaars. Zij weten de camping wel te vinden en komen bij voorkeur onder etenstijd. Na het avondeten gaan we naar de stad, waar even daarvoor de feestelijkheden zijn afgelopen. Het is er nog steeds een drukte van belang, maar wij hadden geen zin om er tijdens de festiviteiten heen te gaan. We hebben heerlijk gerelaxed en in de zon  gelegen.

foto's linksboven: fleurig Bergheim; rechtsboven: fietsen langs de wijnvelden; onder: vaste gast op de camping

Maandag 6 september – Riquewihr en omgeving

 

Meestal razen we naar het zuiden en laten de Elzas links (of rechts) liggen, maar dat is onterecht. Het is een prachtig gebied met bezienswaardige dorpjes, onafzienbare wijngaarden en hoge heuvels. Vooral in het Rijndal, waar het land wat vlakker is, kun je prima fietsen. Maar vandaag hebben wij in de heuvels getoerd en dat ging goed, met onze lichtgewicht fietsen. Daarna even op de camping gerust en een tukkie gedaan, waarna we Riquewihr en omgeving hebben bekeken. Dit keer verplaatsten we ons per auto, want we willen onze conditie langzaam opbouwen. Het stadje was overspoeld met bejaarden, die met busladingen tegelijk zijn aangevoerd. Het is vandaag overwegend zonnig (23 graden), maar aan het begin van de avond komen er wolken opzetten. Morgen wordt er regen verwacht. Een geschikte dag dus om Colmar te bekijken.

Dinsdag 7 september – Regen

Het was vandaag geen weer om naar Colmar te gaan. Misschien is het morgen wat beter. We hebben dus veel tijd in de caravan doorgebracht: gelezen, naar muziek geluisterd en via internet over de politieke ontwikkelingen in Nederland gelezen. Daar wordt een mens niet vrolijk van. Van die politiek, bedoel ik. Toen het even droog was zijn we naar de stad gewandeld, waar we dit plaatje hebben geschoten.

foto: distilleerderij

Woensdag 8 september – Colmar

De ochtend begint met regen, maar het klaart al gauw op, met flinke wolken weliswaar, maar toch. Colmar ligt hier ongeveer 10 km. vandaan. We parkeren in een grote parkeergarage onder de Place Rapp, direct naast het oude centrum van de stad. Het centrum ziet er heel aardig uit, maar eerlijk gezegd hadden we er iets meer van verwacht. Ribeauvillé in het kwadraat, of zoiets. De meest schilderachtige plekjes vind je langs de stadsgracht, waarlangs veel restaurants zijn gevestigd met onwaarschijnlijk leuke terrasjes. Op één ervan eten we ‘tarte flambée’, iets dat het midden houdt tussen een pannenkoek en een pizza. Heerlijk. Als we weer terug zijn op de camping bespreken we een plaats op Camping Le Ventoux, in de Provence nabij Mazan. Morgen vertrekken we naar onze tussenstop in Pont de Vaux, waar we tot maandag zullen blijven. Het ligt in het gebied van de Bresse, Bourgogne, waar je heel goed kunt fietsen.

foto links: het terras van de ‘tarte flambée’

Donderdag 9 september – reis naar Pont de Vaux

Het is zonnig weer, als we om 9.45 uur vertrekken. Na een paar dagen verblijf op eenzelfde camping begint het weer te kriebelen en is het heerlijk om onderweg te zijn. Vanaf de A35, die pal in zuidelijke richting loopt, hebben we een mooi zicht op de wijnhellingen van de Vogezen aan de westkant en het Zwarte Woud aan de oostkant van de Rijn. De Elzas is werkelijk een prachtig gebied, met vooral in het Rijndal talloze fietsmogelijkheden. Als we in westelijke richting op de A36 rijden begint het bewolkt te worden en bij Besancon valt dan de eerste regen, en het gaat niet zo zachtjes ook. Toch is het afwisselend droog, met indrukwekkende cumuluswolken en flarden blauwe lucht en vervolgens weer dreigend donkere wolken, waaruit enorme buien vallen. We komen na een rit van 366 km. om 15.15 uur aan op Camping Aux Rives du Soleil, vlak aan de Saône. Hier blijven we tot maandag en zo te zien zullen we het goed naar de zin hebben.

Vrijdag 10 september – fietsen in de omgeving

We hebben er zin in vandaag. De zon schijnt en we kunnen nu buiten ontbijten. Na de koffie fietsen we langs de oevers van het Canal du Pont de Vaux naar de stad om boodschappen te doen bij de supermarkt. Het is maar 6 km. heen en terug, maar het sportieve begin is er. We ontdekken aan de rand van de stad een fraai park, dat we bij een eerder bezoek, een aantal jaren gelden, niet hebben gezien. Aan dat park ligt ook een gloednieuw zwembad met de eveneens gloednieuwe (gemeente-) Camping Champ d’Été. Het ziet er allemaal perfect uit: chalets, toiletgebouwen en campingplaatsen: allemaal even mooi. Het is wel geopend, maar tot onze verbazing zijn er maar 3 chalets bewoond en is er geen caravan of tent te zien. Maar toch een plek om te onthouden! Na de lunch fietsen we richting Mâcon, over een fietspad dat helemaal langs de Saône loopt, de zgn. Lingne Bleu. Maar mijn fiets maakt vervelende geluiden, afkomstig uit de omgeving van het achterwiel. We gaan daarom maar weer terug, na een heerlijk tochtje van 10 km. Op de camping krijgen we het adres van een fietsenmaker in de stad. Die maakt duidelijk dat er iets helemaal mis is met de achteras. Hij heeft geen tijd om het meteen te herstellen. We hebben nog garantie, dus maandag maar eens bellen naar de leverancier. Als het hier niet gerepareerd kan worden, dan is het fietsen nu voorbij.

foto's linksboven: het park aan de rand van de stad; rechtsboven: het sluisje in de Ryssouze; onder: de camping ligt aan de overkant van de Saône

Zaterdag 11 september – Cluny

Het is te fris om buiten te ontbijten en het gras is nog nat. Maar tegen koffietijd is het al heerlijk warm in de zon. Vandaag wordt het 25 graden. Na de koffie rijden we naar Cluny, via een toeristische route, die door het liefelijke heuvellandschap voert van de Bourgogne. In dit gebied vind je de hellingen van de beroemde wijnen. Als we in Cluny arriveren zijn we verrast, want er blijkt een groots feest te zijn, dat duurt van 9 tot 12 september. Het is precies 1100 jaar gelden dat de abdij werd gesticht, een benedictijner klooster. De abdij was het middelpunt van een belangrijke hervormingsbeweging, de orde van Cluny, die zich tussen 900 en 1200 over een groot deel van West-Europa verspreidde. Het thema van dit feest is: ‘heel Europa naar Cluny’. Het uitgebreide programmaboekje bevat alle informatie die je nodig hebt, maar is helaas alleen in de Franse taal verkrijgbaar. Één van de informatrices vertelt ons dat je morgen uitgenodigd bent voor de maaltijd bij de bewoners van de straatjes, die versierd zijn in een bepaalde kleur. Samen met de Belgen, Luxemburgers en Noren zijn we welkom in de straten met witte versieringen. We vinden de straat, waar witte hemden en onderbroeken als vlaggen over de weg hangen. Het is net Marken, maar wel heel leuk bedacht. Terug rijden we een toeristische route naar Mâcon, waar we bij de Auchan  inkopen doen voor de komende dagen. Het was een prachtige dag.

foto's linksboven: toren van de kloosterkerk; rechtsboven:witte straatversiering; linksonder: Chateau de Berzè le Châtel; rechtsonder: de Saône aan het begin van de avond

Zondag 12 september – Brancion

Als je over mooie weggetjes wilt rijden en knusse dorpjes of oude kerken wilt ontdekken, dan hoef je alleen maar de Michelin kaart te bestuderen. Je zoekt kronkelweggetjes met een groene rand en de rest komt vanzelf. Vandaag doen we aldus en we komen bij het Château de Brancion. Het is een burcht uit de Keltische tijd, waaromheen een dorpje is gebouwd met een kerkje dat dateert uit de 12e eeuw. Onderweg passeren we La Chapelle sous Brancion, middenin een dorpje uit de tijd van Asterix en Obelix. Gelukkig hoeven we dit moois hier niet in fraaie volzinnen te omschrijven, want de foto’s spreken voor zichzelf. Het is warm vandaag, de temperatuur loopt op tot liefst 27 graden. Eind van de middag wordt het bewolkt en valt er wat regen. De luifel en alles is inmiddels droog binnen, zodat we klaar zijn om morgen te vertrekken naar de Provence.

foto rechtsboven: la chapelle du Brancion

Maandag 13 september – reis naar Mazan (Provence)

  Er staat 307 km. op de teller als we na een rit van nog geen 5 uur aankomen op Camping Le Ventoux. Het is prachtig weer, met 24 graden niet al te warm, en er waait hier een heel stevige wind. Toen we vanmorgen vertrokken was het wat somber en koud. De reis is voorspoedig verlopen. Ook tijdens de rit door het centrum van Lyon was er geen oponthoud. De camping hier staat helemaal vol. Sinds vorig voorjaar is er weinig veranderd. We hebben nu een plek met naar keuze schaduw en zon, vlak bij de receptie, dus met internet in de caravan. Wat een luxe! Toen we nog met de vouwwagen op pad gingen, moesten we de frisdrank en de boter in een emmer water koel houden. Dat was pas kamperen.

Dinsdag 14 september – Mazan

 

 

 

 

Vanuit Nederland ontvangen we soms reacties op onze weblog, waaruit enige afgunst doorklinkt: ‘Fietsen en luieren, weer een eindje verkassen en dan opnieuw fietsen en luieren. En dat allemaal met dat warme weer. Dat willen wij ook wel.’ Lieve mensen, we doen dit ook niet alleen maar voor onze lol. Het valt niet mee om elke dag een stukje te schrijven en foto’s te maken. Het bijhouden van een weblog, en dat is toch het doel van een vakantie, is een dure plicht. Dat gaat niet vanzelf. En we doen het voor jullie. Vanmiddag ontdekten we in Mazan een piepklein museum, dat is ondergebracht in een voormalige kloosterkapel. Het gebouwtje dateert uit eind 17e eeuw en staat vlak naast de kerk. Het wordt genoemd: Chapelle des Pénitents Blancs. Het was bestemd voor een kloosterorde met uitsluitend monniken, die gekleed waren in witte gewaden. Zij droegen een hoofddeksel dat hun gezicht helemaal bedekte. Ze moeten er hebben uitgezien als leden van de Ku Klux Clan. Het museum, dat bestaat uit maar één ruimte, bevat een collectie van een grote diversiteit: oude foto- en filmcamera’s, opgezette beesten, fossielen die in deze omgeving zijn aangetroffen en resten van préhistorische dieren. We werden hartelijk ontvangen door de conservator en een vrijwilliger, die ons in hun beste Engels het één en ander vertelden. De collectie was heel leuk, maar de ontvangst was minstens zo aangenaam. Mazan is een dorpje van niks, maar we hebben er toch een paar leuke plaatjes kunnen schieten.

 

foto's linksboven: prachtige boom, ‘ergens’ in Mazan; linksonder: Chapelle des Pénitents Blancs; rechts: museuminterieur

Woensdag 15 september – Gordes en Le Village des Bories

We bevinden ons in de Provence, aan de noordkant van de Vaucluse. Op ongeveer 27 km. van hier, in zuidelijke richting, ligt Gordes. Het is (alweer) een heel oud stadje, dat gedeeltelijk op en tegen de berg is gebouwd. Vanuit de stad kijk je over de velden van de Vaucluse. We rijden erheen via Venasque, over een smal en kronkelig bergweggetje, dat wel wat vraagt van je stuurmanskunst en oplettendheid. De chauffeur kan daardoor niet frank en vrij om zich heenkijken en er zijn ook weinig plekken om even de auto te parkeren. Maar het is een schitterende rit. Aan de rand van een parkeerplaats zien we een merkwaardige laaggroeiende plant. Er bloeien gele bloempjes aan, die, naar wij aannemen, later veranderen in een langwerpige ‘vrucht’, dat stijfvol zit met een vloeistof. Als je de vrucht aanraakt knakt het van zijn steel, waardoor de uitspuitende vloeistof fungeert als raketmotor.

De vrucht kan zodoende wel 20 cm. wegspringen. Ga niet op dinsdag, marktdag, naar Gordes, want dan is er geen parkeerplaats meer te bemachtigen. Het is één van de mooiste plaatsjes in de Provence. Het kasteel staat dominant in het midden van de stad. Het is nu als gemeentehuis en museum, annex kunstgalerie in gebruik. Tot de stad behoort ook het nabijgelegen Le Village des Bories. De oorsprong van de ‘bories’ schijnt terug te gaan naar de Liguriërs die de streek enkele eeuwen voor onze jaartelling bevolkten. De bories zijn gebouwd van droge steen, d.w.z. zonder metselspecie. De bouw van deze traditionele woontrant, waarbij het ter plaatse gevonden gesteente gebruikt werd, heeft tot in de vorige eeuw voortgeduurd.

Het is alweer een prachtige dag. De thermometer staat op 29 graden als we weer op de camping aankomen. De luchtvochtigheid is heel laag, dus de warmte is goed te verdragen.

foto's linksboven: merkwaardig plantje; rechtsboven: uitzicht over de vallei; midden links: rustiek; rechts: Le Village des Bories; linksonder: uitzicht over de Vaucluse vanuit Gordes; rechtsonder: Gordes

Donderdag 16 september – L’Isle-sur-la-Sorgue en Fontaine-de-Vaucluse

Vandaag is er markt in L’Isle-sur-la-Sorgue en daar moeten we heen natuurlijk. We parkeren bij het station, waar nog plaats genoeg is. Het is er gezellig en rommelig, precies zoals een markt eruit hoort te zien. En dat alles met de bijbehorende geuren, kleuren geluiden. Wat moet je er verder van zeggen? We kopen wat fruit en kaas en brengen dat eerst naar de auto, voordat we de stad weer ingaan. Daarna bezoeken we de bronnen in Fontaine-de-Vaucluse. Een aantal bronnen, o.a. waaraan de Sorgue ontspringt, komen uiteindelijk samen in een kristalheldere en snelstromende rivier.

foto's linksboven: markt in L’Isle-sur-la-Sorgue; rechtsboven: een hapje aan de oever van de Sorgue

De allergrootste bron ontspringt in een grote holle rots, waar je naartoe kunt lopen. De middenstand heeft die route handig uitgebuit met talloze stalletjes waar allerhande prullaria wordt verkocht. Ook zijn er veel terrasjes, waarvan we er  één bezoeken om wat te eten en te drinken. Daarna lopen we naar de grootste bron, die ook de grootste van Europa blijkt te zijn. Jaques Cousteau is er in 1985 met een klein duikbootje in afgedaald tot een diepte van 308 meter, en naar ik aanneem, er later ook weer uitgekomen. Als we weer in de auto stappen komt ons een walm tegemoet als van een lading vieze poepluiers, dat veroorzaakt wordt door de sterk aromatische geur van de gekochte kazen. Die moeten we maar zo snel mogelijk soldaat maken. De lucht is inmiddels gaan betrekken als we op de camping aankomen. Maar het is nog steeds lekker warm, 26 graden.

foto: de grootste bron van Europa

Vrijdag 17 september – rommeldagje

Gisteravond en vannacht zijn er een paar regenbuien gevallen. Het was niet veel, maar genoeg om de dag bewolkt en wat fris te beginnen. Later trok de bewolking weg, waardoor we nog heerlijk in de zon hebben gezeten, het werd 24 graden. Het wordt weer tijd om boodschappen te doen. Daarvoor gaan we naar Carpentras, waar we een giga Leclerc vinden, met allerlei winkels er omheen. Heinie draait een was en ik doe iets onduidelijks, zodat het lijkt alsof ik ook wat uitvoer. Ach, verder is er niets zinnigs te melden, dus laten we het hier maar bij. Tot slot van dit bericht een paar nog niet eerder gepubliceerde foto’s.

foto's links: cactusvijgen; rechts: de Sorgue

Zaterdag 18 september – Pays des Dentelles de Montmirail

We vinden het lastig om streeknamen te onderscheiden van provincienamen We zijn nu in de Provence, maar de streek zelf heet Vaucluse. Als we in noordelijke richting rijden komen we in een gebied dat Pays des Dentelles de Montmirail wordt genoemd. Kijk je vanaf de camping in noordelijke richting dan zie je dichtbij het hooggelegen dorp Caromb liggen. Dichterbij blijkt er een nog hoger-, en op enige afstand van het dorp gelegen, burcht te staan die we willen bekijken. Maar we missen de afslag en komen via kruip door – sluip door – weggetjes bij een klooster, waar volsterkt niets te beleven is. We vervolgen onze reis over al even spannende weggetjes richting La-Roque-Alric. Het is een dorpje dat eeuwen geleden om onbegrijpelijke redenen op- en tegen een rotsmassa is gebouwd. Van een afstand ziet het er allemaal heel schilderachtig uit, maar de straatjes zijn zo modern gerestaureerd dat het van binnenuit gezien een beetje teleurstelt. Bijna aan het einde van de rit arriveren we in Bedoin, waar we uitstappen, omdat Heinie een markt ontdekt. Gelukkig stelt het niet veel voor, zodat we al weer gauw terugrijden naar de camping. In het late licht van de ondergaande zon ligt de Ventoux er prachtig bij. Boven de berg hangt een wit wolkentapijt als een tafelkleed er overheen. Niet te fotograferen, maar ik probeer het toch. Het is vandaag overwegend bewolkt en het wordt niet warmer dan 22 graden.

foto's linksboven: Caromb; rechtsboven: Pays des Dentelles de Montmirail; linksonder: La-Roque-Alric; rechtsonder: de berg in het avondlicht

Zondag 19 en maandag 20 september – rustdag en Luberon

Zondag was een prachtig zonnige dag. Onze voornaamste activiteit was luieren, en dat deden we met volle overgave. Omdat dit niet in beeld te brengen is, want dat neigt weer tot enige activiteit, is daar ook geen foto van gemaakt. Tijdens de wandeling aan het begin van de avond, als het licht mooi over de velden schijnt en de Ventoux er weer glorieus bij ligt, hebben we natuurlijk wel een paar opnamen gemaakt. Want dat licht zie je bij ons niet. Ook maandag laat de zon zich weer volop zien. De reis gaat in zuid-oostelijke richting, naar het gebied van de Luberon, met de stad Apt als eindbestemming. Men zegt dat het zeer de moeite van een bezoek waard is. Dat blijkt niet zo te zijn.

foto's linksboven: okerrotsen; rechtsboven: Roussillon; links- en rechtsonder: Venasque

We gaan over de D4 eerst naar Venasque, een stadje in de Vaucluse dat hoog tegen de bergen is aangebouwd. Hoe vang je al dat moois in woorden en wel zo dat het niet lijkt op één van de andere stadjes die we hebben bezocht en beschreven. En dan het uitzicht over de valleien, met de Ventoux steeds als herkenningspunt! We rijden daarna door via een ‘Gorges’ over de Col de Murs richting Apt, maar slaan eerst af naar – we kunnen het niet laten – Roussillon, de okerstad. We hebben er vorig jaar ook al over geschreven. Rode rotsen, rode muren: van een afstand vormt de stad één geheel met de bergen. Hier moet je geweest zijn, al is het ook nog zo toeristisch. Vandaar naar Apt, dat gewoon een onaantrekkelijke drukke stad is, maar misschien hebben we wat over het hoofd gezien. We lunchen (laat) bij Leclerc en rijden via de snelste route, de D900 en D31 weer terug naar de camping. Inmiddels is het vier uur. Het kwik steeg vandaag tot 27 graden.

Dinsdag 21 september – boerenmarkt in Velleron

Vandaag zijn we het volgende van plan: luieren in de zon en een bezoek aan de boerenmarkt in Velleron. We hebben wel geluierd, maar er is geen zon, alhoewel het toch nog 24 graden wordt. Heinie heeft een was gedaan en gelezen en ik heb wat mogelijkheden ontdekt voor toepassing op onze weblog. Intussen wordt er natuurlijk ook hard gewerkt aan de sociale contacten met de buren. De markt in Velleron wordt dagelijks gehouden, behalve in het weekend, van 18.00 tot 21.00 uur. Heinie is er heel enthousiast over. Vooral de lage prijzen spreken haar erg aan. Zodoende komen we met twee keer zoveel spullen terug dan we nodig hebben. Maar we hebben weer even de Provencaalse sfeer opgesnoven, zullen we maar zeggen. En dat is ook wat waard.

foto's links: wachten tot het hek om 18.00 uur open gaat; rechts: vers van het land

Woensdag 22 september – Beaumes-de-Venise

Het belooft vandaag een zonnige dag te worden, dus kunnen we ons nu inderdaad in de zon baden en dat doen we dan ook. Na de lunch rijden we via Caromb en Le Barroux naar Beaumes-de-Venise, waar een voortreffelijke muskaatwijn vandaan komt. In le Barroux stappen we uit om het château te bezichtigen. Het is een fraai gerestaureerd fort, dat majestueus boven het stadje uittorent. We herinneren ons hier vorig voorjaar ook al te zijn geweest. Bij zijn bouw in de 12e eeuw was het château du Barroux een machtige vestingtoren, omringd door een stevige vestingmuur, die de vlakte beschermde tegen invallen van de Sarasenen en Italianen. Daarna rijden we door naar Beaumes-de-Venise, waar we een olijfolie-molen willen bekijken. We komen niet verder dan een winkel waar, naast olijfolie, ook allerlei andere toeristische spullen worden verkocht. De videofilm, die het hele productieproces in beeld brengt, kan alleen in het Frans worden beluisterd, ook al geef je Engels of Duits als voorkeurstaal aan. Terug op de camping drinken we een glas met de buren op de goede afloop, die mede te danken is aan de heerlijke temperatuur tot 27 graden.

foto's links: het château du Barroux; rechts: het chateau beschermt de vlakte tegen de vijand.

Donderdag 23 september – Avignon

Op de één na laatste dag van ons verblijf hier gaan we naar Avignon, waar we 2,5 jaar eerder ook al eens waren. We stonden toen op Camping Du Pont d’Avignon, dat op het eiland l’Île de la Barthelasse ligt. Dat was een goede uitvalsbasis voor bezoeken aan de stad, waar je heel makkelijk naar toe kunt wandelen. Het eiland is een oase van rust en je kunt er heerlijk fietsen, als die tenminste in orde is. In 1309 zette paus Clemens V de Babylonische ballingschap der pausen in (1309-1376), waardoor de pauselijke residentie van Rome naar Avignon werd verplaatst. De pausen hadden de heerschappij over Avignon in 1348 gekocht en samengevoegd met het eerder verworven Comtat Venaissin. Dit bleef een pauselijke staat tot de Franse annexatie in 1791. Avignon hoort dus thuis in de lijst van voormalige zelfstandige landen, zoals Vaticaanstad nu nog een zelfstandig land is. Bekend zijn o.a. de (halve-) brug over de Rhône, de Pont St-Bénezet (bekend van het liedje: sur le pont d’Avignon) en het Palais des Papes.

De oude stad is nog helemaal omgeven met een dikke muur, met daarin imposante poorten die toegang geven tot de oude kern. Iemand die de stad goed wil bekijken heeft daar beslist meerdere dagen voor nodig. Wij laten het bij dit bezoek en keren moe, maar voldaan weer naar de camping terug.

bovenste foto: de stad gezien vanaf de overkant van de Rhône; linksonder: dikke stadsmuren rond het oude centrum; rechtsonder: het Palais des Papes

Vrijdag 24 september – afscheid van de Provence

Vandaag is het onze laatste dag hier. Omdat het vanmiddag misschien gaat regenen treffen we voorbereidingen voor ons vertrek, morgen, dus de luifel wordt ingehaald, enzovoort. Na de lunch doen we wat boodschappen bij een supermarkt en gooien de tank nog even vol voor een laag prijsje (€ 1,30/liter) . Als we het winkelcentrum willen verlaten valt de regen met bakken uit de hemel. We komen om een uur of vier weer thuis. Van onze buren (van oorsprong Rotterdammers) hebben we geleerd dat het dan Blookertijd’ is, ofwel borreltijd. We nodigen hen uit in de caravan, want het is inmiddels weer gaan regenen en heffen samen het glas op onze 41e trouwdag. Vanmorgen hebben we een tafel in het restaurant gereserveerd, maar Marcel, de beheerder, komt later vertellen dat het restaurant helaas (voor ons dan) is volgeboekt. Maar tijdens de borrel krijgen we te horen dat er een afzegging is, dus we kunnen toch dineren. Het personeel is inmiddels over ons jubileum geïnformeerd en biedt ons vooraf een bubbelwijntje (champagne) aan. Het dessert is versierd met een sterretje en dat alles vinden we echt heel attent.

Zaterdag 25 september – op weg naar Beaune

Het is weer een prachtige dag, maar wel koeler dan de afgelopen tijd. We drinken koffie met de buren, die ons daarna hartelijk uitzwaaien. Het is best druk op de péage en voor de tolpoorten onder Lyon staat een flinke file. Veel poorten zijn wel in gebruik, maar onbemand. Wij hebben de indruk dat dit de oorzaak is van het oponthoud, alhoewel het betalen toch zo simpel is. Al met al bedraagt de vertraging minstens een half uur. Het is de bedoeling dat we door het centrum van Lyon rijden, maar voorbij de afrit van de weg er omheen (de A46) worden we gewaarschuwd voor files op het traject richting Parijs. We besluiten daarom het advies te volgen om de périferique te nemen, die uitstekend bewegwijzerd is, en vervolgens richting Bourg-en-Bresse aan te houden. Dat is wel ongeveer 40 km. om, maar liever dat dan stil te staan in de file. Voorbij Lyon vallen er een paar flinke hoosbuien. Uiteindelijk komen we na 417 km. (i.p.v. de geplande 380 km.) aan op Camping ‘Les Bouleaux’ in Vignoles, vlak bij Beaune. Het is inmiddels droog, maar bar koud, 12 graden.

Zondag 26 september – de Côte d’Or

We hebben vannacht onze voorzorgsmaatregelen genomen: we trekken warme pyama’s aan met lange mouwen en een pyamabroek. Het is vandaag een mooie droge dag, wisselend bewolkt met veel zon. Maar het wordt niet warmer dan 15 graden. Deze camping, die gedurende het hele jaar open is, is mooi aangelegd en beschikt over prima sanitair. Het is een echte passantencamping en nadat halverwege de ochtend alle gasten zijn vertrokken, hebben wij het rijk voor ons alleen. We wandelen naar het vlakbij gelegen sportcomplex, dat in een mooie parkachtige omgeving ligt met een heus château op het terrein. Na de lunch rijden we door het fraaie heuvelland van de Côte d’Or naar het Canal de Bourgogne, dat in de Napoleontische tijd is gegraven. Naast het kanaal ligt een mooi wandel-/fietspad. De druivenoogst is in volle gang en in deze streek zijn talloze plukkers ook deze zondag volop bezig om de trossen met de hand te plukken. In Aloxe-Corton stappen we uit om het château Corton-Andrée te bekijken. De daken zijn gedekt in kleurige patronen, zoals dat voor de Bourgogne zo kenmerkend is. Op de camping aangekomen blijken er al weer veel gasten te zijn gearriveerd.

foto's linksboven: druivenplukkers; rechtsboven: het land van de Côte d’Or; onder: Canal de Bourgogne

Maandag 27 september – einde van de reis en het reisverslag

Als we om half acht opstaan is het buiten somber en koud. Het is vervelend om je reisvaardig te maken, met alles wat daarbij komt, terwijl het regent. We vertrekken om half tien en zetten de autoverwarming aan. Het ziet er landerig en dreigend uit, met af en toe een bui. Maar we schieten goed op, want er is, zeker op de péage tot aan Nancy, bijna geen verkeer. Het klaart een beetje op en we rijden door het liefelijke landschap van de Vogezen. Na een voorspoedige reis van 410 km. arriveren we op Campingcheque camping Le Chênefleur in Tintigny, België. Het ligt direct aan de rivier de Semois en een kleine 10 km. vanaf de Route Soleil. We worden vriendelijk ontvangen door de Nederlandse eigenaar. Er zijn bijna geen kampeerders, want het is de laatste week dat de camping open is. Het is een voorbeeldige camping met uitstekend sanitair in een verwarmd gebouw. En dat is in deze herfstige omstandigheden geen overbodige luxe. Hiermee besluiten we ons verslag. We hopen morgen weer thuis te zijn.

foto's links: ruimte genoeg op de camping; rechts: de Semois